Kokosolie, heilzame werking en veelzijdige toepassingen

Kokosolie, heilzame werking en veelzijdige toepassingen

Door: Ir. L. Henseler

Kokosolie werd vroeger veel gebruikt en toegepast in de voedingsindustrie vanwege zijn gunstige eigenschappen: het is lang houdbaar, het wordt ook bij hogere bewaartemperaturen niet snel ranzig en het heeft een hoog smeltpunt (ongeveer 24-26° Celsius).

Daar kwam een einde aan toen kokosolie ten onrechte een slechte reputatie kreeg vanwege het grote aandeel verzadigde vetten. Verzadigd vet is slecht, zo luidt de heersende opvatting.

Slechte reputatie

Dat kokosolie een slechte reputatie kreeg, kwam voor een deal door onderzoek waaruit bleek dat verzadigde vetten een hoog cholesterolgehalte en hart- en vaatziekten veroorzaken. Het ging hier echter vooral om dierlijke vetten, zoals in vlees, eieren, boter en dergelijke. De plantaardige olie-industrie die na de Tweede Wereldoorlog in de V.S. in opkomst was en van plantaardige oliën zoals soja, zonnebloem- en canolaolie geharde vetten maakte voor verwerking als margarine en in veel producten, zoals brood en crackers, maakte hier handig gebruik van. Er werd een campagne gelanceerd waarin het gebruik van tropische oliën zoals kokos- en palmolie werd afgeraden. Het zou de aderen verstoppen met verzadigd vet. Het was beter om onverzadigde oliën, zoals zonnebloemolie, te gebruiken.

Zo wapende de olie-industrie zich tegen de concurrentie van de goedkope oliën die werden ingevoerd uit landen als de Filippijnen, Maleisië en Indonesië. De tropische olie-industrie uit deze landen had niet genoeg geld om tegen deze groots opgezette campagne in te gaan. De publieke opinie over tropische olie was gevormd [ref. I].

Mensen op tropische eilanden

Uit onderzoek blijkt echter dat mensen op tropische eilanden als de Filippijnen, Sri Lanka en de Polynesische eilanden minder lijden aan moderne welvaartsziekten, zoals hart- en vaatziekten, diabetes en overgewicht. Ook hebben zij minder darmklachten. Kokosolie en palmolie vormen een belangrijk deel van hun dieet [ref. 2]

Nu wordt duidelijk dat het niet de verzadigde vetten zijn die hart- en vaatziekten veroorzaken, maar de zogenaamde transvetten. Transvetten worden gevormd wanneer onstabiele oliën, die voornamelijk uit meervoudig onverzadigde vetzuren bestaan, worden gehard ofwel gehydrogeneerd. Dit proces maakt de olie hard en stabiel, zodat ze gebruikt kan worden als margarine of als plantaardig vet in brood en koekjes. Hierbij wordt de natuurlijke cis-vorm van de vetzuren veranderd in de onnatuurlijke trans-vorm. Deze trans-vorm blijkt de boosdoener te zijn bij hart- en vaatziekten [ref. 3, 4]

Indeling van vetzuren

Er zijn twee manieren om vetzuren, waar alle oliën en vetten uit bestaan, in te delen. De eerste is de hierboven gebruikte mate van verzadiging: verzadigde vetzuren, enkelvoudig onverzadigde vetzuren en meervoudig onverzadigde vetzuren. Alle drie deze vetzuren zijn noodzakelijk voor het lichaam. De meervoudig onverzadigde vetzuren (MOV’s) zijn essentieel (in het Engels EFA’s, Essential Fatty Acids); ze moeten dus via de voeding worden verkregen. MOV’s komen vooral voor in vette vis, visolie, lijnzaadolie en walnoten. Ze zijn erg instabiel en moeten daarom altijd samen met vitamine E worden genuttigd om het lichaam tegen schadelijke oxidatie te beschermen. Het is belangrijk om deze oliën onverhit te gebruiken.

De enkelvoudig onverzadigde vetzuren zijn stabieler dan de MOV’s en kunnen wel worden verhit, maar liefst op lage temperaturen (stoven). Deze vetzuren komen voornamelijk voor in olijfolie, pinda’s en de meeste noten en zaden.

Verzadigde vetzuren zijn het meest stabiel en zijn geschikt om te verhitten op hogere temperaturen (bakken, frituren). Zij komen voor in dierlijke vetten, zoals melk, roomboter, kaas, eieren en vlees, en in kokos- en palm(pit)olie.

De tweede manier waarop vetzuren worden ingedeeld is de lengte van de koolstofketen in het vetzuur. Er bestaan kortketenige vetzuren, middellangketenige vetzuren en langketenige vetzuren. Kortketenige vetzuren bevatten 2-4 koolstofatomen en komen voor in boter en melk. Vetzuren met middellange ketens bevatten 6-12 koolstofatomen en ko­men ook voor in boter en melk, maar vooral in kokos- en palm(pit)olie. Langketenige vet­zuren hebben meer dan 12 koolstofatomen en komen het meeste voor, onder andere in vis en andere dierlijke vetten en in allerlei noten en zaden. Ongeveer 98-100% van alle vetten die we consumeren, bestaan uit lang­ketenige vetzuren.

Kokosolie is bijzonder omdat het in tegen­stelling tot de meeste vetten vooral vetzuren met middellange ketens bevat. Het zijn voor­al deze middellange vetzuren waaraan kokosolie haar heilzame werking en vele toe­passingen dankt.

Voordelen van MCT’s

Het unieke van de middellange vetzuren, die in de voeding in het algemeen voorkomen als onderdeel van Medium Chain Triglyceri­des (MCT’s), is dat ze gemakkelijk zijn te ver­werken door het lichaam. Het zijn zeer klei­ne molecules die makkelijk door de darm worden opgenomen. Ze leveren snel energie en worden in mindere mate gebruikt voor vetopslag. Bovendien hoeven MCT’s niet door de lever te worden verwerkt en hebben ze geen gal nodig om geëmulgeerd te worden. MCT’s zijn daarom een ideale energiebron voor mensen met spijsverteringsproblemen en mensen met leverproblemen.

Ook verzwakte en ernstig zieke mensen hebben bast bij de MCT’s uit kokosolie. Zij hebben al hun kracht en energie nodig om een levensbedreigende situatie te boven te komen en MCT’s zijn een snelle energiebron. MCT’s worden veel verwerkt in de sondevoe­ding die in ziekenhuizen wordt gebruikt voor de bijvoeding van ernstig zieke en ondervoe­de pati6nten en voor patiënten met ernstige brandwonden. Bijna al deze MCT’s worden geleverd door kokosolie. Je zou dus kunnen zeggen dat kokosolie levensreddende eigen­schappen heeft [ref. 5, 6]

Zuigelingen

Ook zuigelingen profiteren van deze makke­lijke energiebron, omdat MCT’s van nature in moedermelk voorkomen, maar ook aan instantvoeding voor baby’s worden toege­voegd. MCT’s zijn minder belastend voor hun nog niet volledig ontwikkelde organen, zo­als lever en pancreas.

Vooral voor zuigelingen met een laag ge­boortegewicht zijn MCT’s van belang. Uit een onderzoek bleek dat biggetjes sneller groei­en op een dieet dat MCT’s (kokosolie) bevat dan op een dieet dat langketenige vetzuren (sofa- en maïsolie) bevat. De biggetjes die ko­kosolie kregen, hadden een grotere over­levingskans (68%) dan de biggetjes die de plantaardige olie kregen (32%). Dit gold vooral voor biggetjes die geboren werden met ondergewicht [ref. 7].

Ook menselijke baby’s met een laag ge­boortegewicht groeien sneller indien er ko­kosolie in hun voeding wordt verwerkt dan bij gebruik van andere plantaardige olie. Ze komen sneller op gewicht en dit gewicht be­staat vooral uit fysieke groei en niet zozeer uit opgeslagen vet [ref. 8]. Ook blijken baby’s die kokosolie krijgen hun voedingsstoffen, zoals vetoplosbare vitamines, mineralen en eiwitten, beter op te nemen [ref. 9, 10].

Moedermelk

Behalve de snelle energie die door de MCT’s wordt geleverd hebben de vetzuren in moe­dermelk nog meer voor zuigelingen bescher­mende eigenschappen.

Moedermelk bevat 45-50% verzadigd vet, 35% enkelvoudig onverzadigd vet en 15-20% meervoudig onverzadigd vet (omega-3 en -6). De verzadigde vetten in moedermelk be­staan onder andere uit laurinezuur, caprine­zuur en caprylzuur. Caprylzuur en laurine­zuur beschermen zuigelingen tegen bacteriën, virussen, schimmels, protozoa en gisten.

Normaal bestaat 18% van moedermelk uit laurine- en caprinevetzuren. Dit is ook afhan­kelijk van de inname van laurine- en capryl­zuur (vetzuren die beide in kokosolie aanwezig zijn) door de moeder. Voor moeders tijdens de zwangerschap en lactatieperiode is het dus erg nuttig om kokosolie en kokos­producten te gebruiken [ref. 11].

Laurinezuur en caprylzuur

Ook volwassenen worden door laurinezuur en caprylzuur in kokosolie beschermd tegen bacteriën, virussen, schimmels, parasieten en andere ziekteverwekkers. De MCT’s in kokos­olie zijn in staat om virussen en bacteriën met een beschermende vetlaag zoals het Epstein-Barr-virus (ziekte van Pfeiffer), Heli­cobacter pylori (maagzweren), Chlamydia pneumoniae (griep) en het Herpes simplex virus (koortslip) te ontmantelen en te ver­nietigen.

Ook zijn de vetzuren in kokosolie werk­zaam tegen seksueel overdraagbare ziekten, meningitis, hepatitis C, mazelen, het chro­nisch vermoeidheidssyndroom en de ziekte van Lyme (tekenbeten). Laurinezuur en ca­prylzuur verhogen de weerstand tegen de bacteriën die in het spel zijn bij ontstekin­gen van de longen, de keel en de oren, bij tandbederf en bij voedselvergiftiging. Ook wormen, luizen en parasieten worden ge­dood.

Laurinezuur beschermt de lever en gaat ontstekingen tegen. Caprylzuur heeft een sterke schimmeldodende werking en is voor­al bekend als anti-candidamiddel. Caprylzuur is in tegenstelling tot andere schimmeldoden­de middelen, die voornamelijk in de darm werken, in staat om ook de candida die in het bloed circuleert te doden. Verder is het ook werkzaam tegen voetschimmel, ring­worm, spruw en andere schimmelinfecties [ref.12, 13, 14]

Darmziekten

Het voordeel van de MCT’s voor het lichaam is, zoals eerder gezegd, het feit dat ze uit kleine molecules bestaan, waardoor het li­chaam minder energie nodig heeft om deze vetten op te nemen in de darm en er ook minder enzymen nodig zijn om de vetten te splitsen. Daarom hebben mensen met darm­ziekten, zoals cystische fibrose en de ziekte van Crohn, baat bij het gebruik van kokos­olie [ref. 15]. Ook is kokosolie nuttig bij mensen met een spastische darm, colitis ulcerosa, gas­tritis, diverticulose, chronische darmontste­king, constipatie en glutenallergie.

Bij het gebruik van kokosolie worden voe­dingsstoffen, zoals vetoplosbare vitamines, calcium en magnesium, beter opgenomen. Kokosolie helpt zo bij het sterk houden van botten en tanden. Ook eiwitten worden beter opgenomen. Zelfs bij mensen bij wie een deel van de dunne darm is verwijderd kun­nen de MCT’s uit kokosolie ervoor zorgen dat er meer voedingsstoffen worden opgenomen [ref. 16].

Gewichtsverlies

Voor mensen die gewicht willen verliezen is het voordeel van kokosolie boven andere vetten niet alleen dat kokosolie minder calorieën bevat dan andere vetten, maar vooral dat het eerder door het lichaam wordt gebruikt voor de productie van energie dan voor de opslag van vet [ref. 17,18]. Bovendien verhogen de MCT’s in kokosolie de schildklierwerking en kunnen zo het metabolisme met 12% doen stijgen [ref. 19, 20].

In 1940 probeerden boeren in de V.S. hun vee vet te mesten met goedkope kokosolie. Maar tot hun verbazing werden de dieren juist slanker, actief en hongerig. Men begon een schildklierverlagend medicijn te gebrui­ken zodat de dieren met minder voedsel toch dikker werden, totdat bleek dat dit kanker­verwekkend was en ook de mensen die het vlees aten een verlaagde schildklierwerking kregen. Toen kwam men erachter dat het­zelfde schildklierverlagende effect kon wor­den bereikt door de dieren eenvoudig soja en maïs te voeren in plaats van kokosolie. Sporters en atleten maken tegenwoordig gebruik van het feit dat kokosolie de ener­gieproductie en de verbranding verhoogt, om zo hun prestaties te verbeteren. Onder­zoek wijst uit dat kokosolie inderdaad het uithoudingsvermogen gunstig beïnvloedt. In een onderzoek waarin het uithoudings­vermogen van muizen werd getest kreeg de ene groep muizen een dieet met MCT’s en de andere groep een dieet zonder MCT’s. Om de dag moesten de muizen in een bad water met constants stroming zwemmen. Er werd gekeken naar de tijd dat de muizen bleven zwemmen tot aan uitputting. In het begin was er weinig verschil tussen de twee groepen, maar al gauw hielden de muizen die MCT’s kregen het langer vol dan de an­dere muizen. Naarmate de testperiode van zes weken vorderde, werd het verschil tussen beide groepen steeds groter [ref 21].

Een ander voordeel voor sporters is dat de MCT’s geen carnitine nodig hebben om te worden verbrand, zodat er meer carnitine overblijft voor de energievoorziening van de spieren. Dit leidt tot een grotere spierop­bouw. Bovendien zorgen de MCT’s voor een extra energiebron wanneer het bloedgluco­se na een uur of twee is opgebruikt. MCT’s leveren dan een snelle energiebron, zodat het lichaam niet hoeft over te schakelen op de inefficiënte verbranding van lichaamsvet of de afbraak van spierweefsel.

Diabetici

De MCT’s in kokosolie zorgen voor een be­tere insulinewerking bij diabetici doordat ze de goede werking van de celmembranen be­vorderen. Meervoudig onver­zadigde vetten, zoals in zonnebloemolie, voor­al als ze verhit en dus geoxideerd zijn, en geharde plantaardige olie (transvetten) zijn de grootste boosdoeners bij diabetici. Als deze geoxideerde vetten deel gaan uitmaken van de celmembranen, dan gaan de celmembra­nen achteruit. Het ‘slot’ op de cellen dat glu­cose in de cel moet laten werkt als het ware niet meer goed. Insuline kan de deur niet openen, waardoor de glucose in het bloed blijft circuleren.

Bruce Fife stelt in zijn boek ‘The Coconut Oil Miracle’ [ref. 22] “If you are diabetic or bor­derline diabetic, consumption of most fats should be avoided. Coconut oil, on the other hand, is different. Because it helps stabilize blood glucose levels and aids in shedding excess body weight, it is probably the only oil a diabetic should eat.” … “There is one fat that diabetics can eat without fear. That fat is coconut oil. Not only does it not contri­bute to diabetes, but it helps regulate blood sugar, thus lessening the effects of the dis­ease. The Nauru people consumed large a­mounts of coconut oil for generations with­out ever encountering diabetes, but when they abandoned it for other foods and oils the results were disastrous” (p.149).

Een ander voordeel van kokosolie voor diabetici is dat het minder enzymen van de pancreas nodig heeft voor de vertering. De pancreas wordt daardoor tijdens de maaltijd, wanneer de insulineproductie op z’n hoogst is, minder belast en kan efficiënter werken.

Verder draagt het gebruik van kokosolie bij aan een stabielere bloedsuikerspiegel, waar­door hypoglykemie en hongeraanvallen verminderen. Ook vermindert het de hoge bloed­druk en zorgt het voor minder eiwitten in de urine van diabetici.

Verzadigde vetten versus transvetten

Het voordeel van kokosolie is dat het wel 2 jaar op kamertemperatuur bewaard kan wor­den zonder dat het ranzig wordt. Ook in het lichaam blijft kokosolie stabiel.

Alhoewel verzadigde vetten stabieler zijn dan onverzadigde vetten en minder snel oxi­deren en ranzig worden, zijn beide soorten vet nodig in het lichaam. Slecht zijn vooral de transvetten.

Veel mensen associëren verzadigde vetten met de cholesterolrijke aanslag in de bloed­vaten. En zo wordt ook kokosolie gezien: als het witte, harde vet dat bloedvaten verstopt. Kokosolie smelt echter bij ongeveer 24°C, dus is in het lichaam vloeibaar en niet hard. De aanslag in de bloedvaten komt van de geoxi­deerde onverzadigde vetten en transvetten. Zoals er een vettige, plakkerige aanslag ont­staat op een fles zonnebloemolie die een paar keer is geopend en waar een beetje mee is geknoeid, zo vormt deze plakkerige aanslag zich ook op de bloedvaten. Ook stress draagt bij aan deze aanslag, doordat adrenaline opgeslagen vet losmaakt dat vervolgens in het bloed gaat circuleren en zo bijdraagt aan de aanslag op de bloedvat­wanden [ref. 23].

Cholesterol

De kokosetende bevolking op tropische ei­landen heeft over het algemeen een lager cholesterol dan de bevolking van de westerse landen. Onderzoek suggereert dat indien kokosolie regelmatig wordt toegevoegd aan het dieet, het cholesterolniveau zich norma­liseert [ref. 24, 25]. Dit komt omdat kokosolie de schildklierwerking verhoogt. In de aanwe­zigheid van voldoende schildklierhormonen wordt cholesterol omgezet in de anti-aging hormonen pregnenolon, progesteron en DHEA. Progesteron en zijn voorloper, preg­nenolon, hebben een veelzijdige bescher­mende werking tegen oxidanten, tegen con­vulsies en spasmen, tegen bloedplaatjesver­kleving, tegen kanker en tegen gifstoffen. Tevens bevorderen ze het geheugen, de con­centratie en de beschermende laag rond de zenuwen. DHEA staat bekend als hormoon dat de veroudering vertraagt.

In 1981 vonden Prior et al dat een dieet rijk aan kokosolie geen negatieve gezondheids­effecten had. Wanneer mensen van tropische eilanden echter verhuisden naar Nieuw-Zee­land en hun dagelijkse kokosolie-inname ver­minderden, bleek dat hun totale cholesterol en vooral hun LDL-cholesterol (het zogenaam­de slechte cholesterol) was verhoogd [ref. 2].

Bescherming celmembranen en huid

Kokosolie heeft een beschermende werking op de celmembranen. Hoe meer onverzadig­de en dus aan oxidatie onderhevige vetzuren zich in de celmembranen bevinden, des te meer de cellen onderhevig zijn aan vrije radicalen en oxidatie. De regelmatige con­sumptie van kokosolie vervangt onverzadig­de en onstabiele vetzuren voor een deel door de stabielere verzadigde vetten. Zo beschermt kokosolie de huid van binnenuit.

Ook wanneer kokosolie op de huid wordt aangebracht heeft het een beschermende werking, onder andere tegen uitdroging en bij zonnebaden. Zoals eerder gezegd bestaan MCT’s uit kleine moleculen die niet alleen makkelijk door de darm, maar ook makkelijk door de huid worden opgenomen. Vandaar dat kokosolie als het wordt aange­bracht op de huid snel wordt opgenomen en geen vettige laag achterlaat. Kokosolie is licht zuurvormend, wat goed is voor de pH­balans van de huid. Het laurine- en capryl­zuur in kokosolie hebben een anti microbiële en schimmeldodende werking op de huid.

Kokosolie kan worden gebruikt als handcrème, tegen kloven aan handen en voeten en ook als lippenbalsem. De ontstekingsrem­mende werking van kokosolie kan heilzaam werken bij psoriasis en eczeem.

Haar, tandpasta, deodorant

Door zijn kleine moleculen kan kokosolie ook makkelijker in de haarschacht doordringen dan andere oliën [ref. 26]. Het haar krijgt een na­tuurlijke glans en ook de vacht van bijvoor­beeld paarden gaat meer glanzen door kokos­olie. Aangezien kokosolie een schimmel- en parasietdodende werking heeft, kan het ook goed werken bij haarroos en luizen.

Kokosolie kan tandcariës voorkomen tot wel 80% en kan daarom als tandpasta worden gebruikt, bijvoorbeeld met een beetje zeezout of een druppeltje essentiële olie.

Omdat kokosolie bacteriën doodt, werkt het ook goed als deodorant.

Kokosolie in de keuken

Kokosolie is de meest stabiele olie van alle plantaardige oliën en daarom zeer geschikt om mee te bakken, braden, wokken en fri­turen. Kokosolie bevat 92% verzadigd vet en slechts 2% meervoudig onverzadigde vetzu­ren. Daardoor is het veel minder onderhevig aan oxidatie dan bijvoorbeeld olijfolie.

Kokosolie kan op hoge temperaturen wor­den verhit en zelfs meerdere keren zonder dat er transvetzuren worden gevormd.

Kokosolie en roomboter zijn eigenlijk de enige vetten die geschikt zijn om in te bakken en te braden, en in mindere mate olijf­olie die vooral geschikt is om in te stoven (op lage temperatuur bakken).

Kokosolie kan ook onverhit worden ge­bruikt, bijvoorbeeld op brood of crackers in plaats van boter. Het kan in brood- en gebak­recepten in plaats van andere vetten worden gebruikt, of als basis voor Indiase curry’s, sa­ladedressings en mayonaise. Ook kan het aan warme of koude dranken worden toe­gevoegd, zoals aan warme (chocolade)melk of smoothies.

Soorten kokosolie, ongeraffineerd en koudgeperst

Gewone kokosolie wordt gemaakt door ko­kosnootpulp onder zeer hoge temperatuur te drogen. Daaruit wordt met behulp van oplosmiddelen kokosolie geëxtraheerd, die vervolgens wordt gebleekt, ontgeurd en ge­raffineerd. Daarbij gaan vitamine E, Iecithine, polyfenolen, carotenoïden en mineralen verloren. Deze olie heeft een smeltpunt tus­sen de 30-37°C en is vast bij kamertempera­tuur.

Ongeraffineerde en koudgeperste kokos­olie, zogenaamde extra vierge kokosolie, wordt gemaakt door kokospulp te laten fer­menteren of mechanisch te persen en heeft een smeltpunt tussen de 24-26°C. In deze ko­kosolie zijn alle voor de gezondheid waarde­volle stollen behouden gebleven, en deze olie is dus te prefereren boven de geraffi­neerde en ontgeurde vorm.

Referenties

  • 1. Beatrice Trum Hunter: ‘How a PR Campaign Led to Unhealthy Diets I Consumers’ Research 86(8), 2003 (www.coconutresearchcenter.org).
  • 2. Prior IA et al: ‘Cholesterol, coconuts, and diet on Polynesian atolls: a natural expe­riment. the Pukapuka and Tokelau Island studies’; American Journal of Clinical Nutri­tion 34:1552-1561,1981.
  • 3. Enig, Dr. Mary and Fallon, Sally: ‘Eat fat lose fat’, p.22.
  • 4. Malhotra S: ‘Epidemiology of ischoernk heart disease in India with special referen­ce to causation’; British Heart Journal 29:895-905, 1969.
  • 5. Ball MJ: ‘Porenteral nutrition in the critically ill: use of medium-chain triglyceride emulsion’; Intensive Care Med. 19(2):89,1993.
  • 6. Jiang ZM et al: A comparison oftnedium-chain and long-chain triglycerides in sur­gi(alpatients’, Ann. Surg. 217(2):175,1993.
  • 7. Azain MJ: ‘Efteas of adding medium-chain triglycerides to sow diets during late ges­tation and early lactation on litter performance ; J. Anim. Sci. 71(11):3011,1993.
  • 8. Vaidya UV et al: ‘Vegetable oil fortified feeds in the nutrition of vety low birth-weight babies’ Indian Pediatr. 29(12):1519,1992.
  • 9. Tantibhedhyangkul P and Hashim SA: ‘Medium-chain triglyceride feeding in premature infants. effects on calcium and magnesium absorption’ Pediatrics 61(4): 537 1978. 10. Nelson SE et al: ‘Palm olefin in infant formula. absorption offal and minerals by normal infants’; American Journal of Clinical Nutrition 64:291-296, 1996.
  • 11. Francois CA et al: Acute effects of dietary fatty acids on the fatty acids of human milk’; American Journal of Clinical Nutrition 67:301-308,1998.
  • 12. Bergsson, Gudmundur et al: In vitro inactivation of chlamydia trachomatis by fatty acids and monoglycerides’; Antimicrobial Agents and Chemotherapy (9): 2290-2294,1998.
  • 13. Bergsson G: ‘In vitro killing of candida albirans by fatty acids and monoglycerides, Antimicrobial Agents and Chemotherapy 45(11):3209-3212, 2001.
  • 14. Petschow BIN et al: ‘Susceptibility of H. pylori to bacterial properties of medium-chain monoglycerides and free fatty acids; Antimicrobial Agents and Chemothe­rapy 40(2):302-306,19%.
  • 15. Gorard DA: ‘Enteral nutrition in Crohn’s disease: Attin the formuld; European Jour­nal Gastroenterol. Hepatology 15(4):115-118, 2003.
  • 16. Jeppesen, Mortensen: The influence of a preserved colon on the absorption ofMCT in patients with small bowel resection’; Gut 43(4):478-483,1998.
  • 17. Kiyasu GY et al: ‘The portal transport of absorbed fatty acids, Journal of Biolo­gical Chemistry 199:415-419,1952.
  • 18. Geliebter A: ‘Overfeeding with a diet containing medium chain triglyceride im­pedes accumulation of body fat’, Clinical Research 28:595, 1980.
  • 19. Hill, Peelers, Sharp, Kaler, Abumrad, Greene: 7hermogenesis in humans during overfeeding with met’; Metabolism 38(7):641-648,1989.
  • 20. Seaton T, Weller S, Warenko M: Thermic effects of MU and La in man; Metabo­lism 36:807-814,1987.
  • 21. Fushiki T and Matsumoto K: ‘Swimming endurance capacity of mice is increased by chronic consumption of medium-chain triglycerides’ Journal of Nutrition 125: 531,1995.
  • 22. Fife, Bruce ND: ‘The Coconut Oil Miracle (Previously published as The Healing Mira­cle of Coconut Oil)’; Avery, 2004.
  • 23. Felton CV, Crook D, Davies MJ, Oliver MF: ‘Dietarypolyunsaturated fatty acids and composition ofhuman aortic plaques; Lancet 344(8931):1195-11%,29 okt. 1994.
  • 24. Blackburn GL et al: A reevaluation of coconut oil’s effect on serum cholesterol by chronic consumption of medium-chain triglycerides’; Journal of Nutrition 125:531, 1995.
  • 25. Ahrens EH Jr et al: ‘The influence ofdietary fats on serum Apid levels in man; Lan­cet 1:943-953,1957.
  • 26. Rele, Mohile: ‘Effect of mineral oil, sunfiowerod and coconutoil on prevention of hair-damage’ Journal Cosmetology Science 542(2):175-192, 2003.
  • Overige literatuur
  • Calbom, Cherie and John: ‘rhe Coconut Diet. The Secret Ingredient 7hat Helps You Lose Weight While You Eat Your Favorite Foods’, Warner Books, 2005.
  • Enig Ph. D., Mary G: ‘Know Your Fats: me Complete Primer for Understanding the Nutri­tion of Fats, Oils and Cholesterol’, Bethesda Press, 2000.
  • Enig, Mary and Fallon, Sally: ‘Eat Fat, Lose Fat: The Healthy Alternative to Trans Fats, Plume, 2006.
  • Enig, Mary: ‘Health and nutritional benefits from Coconut Oil: an important function­al food for the 21stcentury, Presented at the AVOC Laurie Oils symposium, Ho Chi Min city, Vietnam, 25 April 1996.
  • Erasmus, Udo: ‘Fats Mot Heal, Fats That Kill: The Complete Guide to Fats, Oils, Cho­lesterol and Human Health’ Alive books, 1993.
  • Fife, Bruce ND: ‘Coconut Oil and Medium-Chain Triglycerides’ (www.coconutresearch­center.org).
  • Fallon, Sally: ‘Nourishing Traditions: The Cookbook that Challenges Politically Correct Nutrition and the DietDictocrats, NewTrends Publishing, 1999.
  • Holzapfel, Cynthia and Laura: ‘Coconut Oil forHeofth and Beauty’; Healthy Living Publi­cations, 2003.
  • Maes, Bart: ‘Waorom kokos- & rodepalmolie, Tai-Pan NV.
  • Thampan PK:Faas and Fallacies About Coconut Oil’, Asian and Pacific Coconut Com­munity, 1994.
  • Wolfe, David: ‘Eating for Beauty, Nature’s First Law, 2002.
  • Tijdschrift voor orthomoleculaire geneeskunde
  • 23e jaargang nr.2 april 2008 blz. 29-35.